Sjonge wat een regenachtige dag. Hij begon nog alleen bewolkt. Alle bagage weer in het ‘laadruim’ en we vertrokken rond half 9 vanuit Eskifjördur richting het noorden van IJsland. Uiteindelijk een km of 8 van de poolcirkel langsgekomen.

De eerste stop was rond koffie tijd, hoe handig, bij een boerderijtje in de middle of nowheren. Nou snap ik wel dat er maar 1 middle of nowehere kan zijn, en ik daar al enkele keren over gerept heb tijdens deze reis, maar laten we dan maar aannemen dat er meerdere nowheres zijn, en dus ook meerdere middles. Dit was een nowhere richting het binnenland, en de middle heette Saenautasel. Uit 1843, grasbegroeid. Een l atere telg van de familie die hier is gestart verzorgt nog stops voor touristen, waarbij je kleine pannekoekjes en IJslandse donuts weg kan werken, en ook koffie-thee-hot choco. Dat is ook wel nodig, want, ook al was het nu even droog, je waait het veld over. Het ligt aan een meertje en de sfeer beviel wel. Eerst de vrije natuur waar je met 2 prachtige honden werkelijk de hele dag aan het stokje gooien kan blijven. Dan zie je hoe leuk zo’n huisdier is. En als je dan het oude gebouw binnengaat, aanschuift aan de hele lange tafel, de haard ziet, hoort en voelt knapperen, en dan ook nog eens de accordeon van stal werd gehaald, voel je je zowaar thuis. Het wordt pas problematisch als je boodschappen moet gaan doen. Wel een leuke stop.

Hierna ging het richting de noordkust, over de 1, en kwamen we bij de sterkste waterval van Europa! Dettifoss. 193 kuub water dondert hier naar beneden. Oh, denk je, dat is een containertje van 10 bij 5 bij 4 of zo. Is dat nou zoveel? PER SECONDE!!!

Vlak voor Dettifos, was er ook nog Selfoss, niet het plaatsje maar de waterval. Minder hoog, maar erg breed. Volgens mij hebben we er nog 1 te gaan deze vakantie. Verveelt niet trouwens, had ik al uitgelegd. Bij de watervallen regende het (en niet alleen van de opstuivende nevel) en daarna is het niet meer droog geweest. We namen een onverhard pad richting het noorden, naar Asbyrgi. Dit is een beetje onverklaarbaar fenomeen, namelijk een canyon in de vorm van een hoef, die akelig recht op zo’n 80-100 meter hoogte een soort ravijn vormt. In de miezerende regen even een kijkje genomen. Vanuit daar ging het naar onze overnachtingsplaats, Heidarbaer. Die ligt voorbij Husavik, waar we morgenochtend ons in 6 lagen kleding hijsen voor een 3-uur durende tocht in een open boot om walvissen te spotten. De weersverwachting is niet om over naar huis te schrijven (doe ik het toch!)

Dit staat te boek als de meest primitieve overnachtingsplek. Eigenlijk zijn de kamers gecompartimenteerde delen van 1 grote slaapzaal. Schotjes vormen de muren. Je doucht op zijn kleedkamers, dus met 4-en tegelijk, maar er is wel een zwembad, warm. En het eten wordt zo opgediend, en dat is nog geen enkele keer tegengevallen.

By the way: kreeg net nog een appje met een foto van het ondertekende voorlopige koopcontract van mijn huis. We zijn weer een stapje verder.

Tot morgen!