(Inmiddels) Gisteren was ik jarig. 42 geworden. Behoorlijk wat tijd van die dag in de bus doorgebracht. We gingen weer een poging doen Laki te bereiken voor een uitzicht op Lakagigar, de rij vulkaankraters, ontstaan in 1783. Om half 9 vertrokken en vóór negenen draaiden we alweer de slingerende grindweg op. 2 uur enkele reis. Wat een gestuiter: kuilen, minstens 10 keer rivieren doorwaden, slingeren, op en af. Mijn ingewanden zijn op verkenning gegaan naar alle plekken in mijn lichaam, om gelukkig te constateren dat hun oorspronkelijke plaats de beste was. Even dommelen was er ook niet bij, want dan sloeg je met je hoofd tegen de ruit of mistte je een ingewikkelde passeermanoeuvre van een 4×4 die ons tegemoet kwam. Er moest echt een opstaande rand worden opgereden om elkaar te kunnen passeren. Op het bewuste punt van ons steen-tussen-de-wielen-avontuur even extra voorzichtig, extra controle en door. Aangekomen bij het eindpunt besef je dat je echt in de middle of nowhere bent aangekomen. Het landschap is nog steeds desolaat, bemost, heuvelachtig, en nu komen daar dus die kraters bij. De wandeling de Laki op bereidde ons voor op fantastisch uitzicht, alleen…. enkele minuten voor het bereiken van de top betrok het en verdween het uitzicht als sneeuw voor de zon. Niet getreurd, op de weg weer naar beneden nog genoeg gezien, alhoewel het spectaculaire ietwat uitbleef.

Aan de voet nog een kort rondje door echt maanlandschap, waarin je de trollen zo uit de grotten zou zien komen. Je voelt je een stelletje hobbits in deze omgeving (op een zeer belangrijke missie…!). Prachtig. De terugweg was weer 2 uur lang uitdagend, maar werd prettig onderbroken doordat het feit dat ik jarig was toch ter sprake kwam, dus zingen geblazen.

Na aankomst in Höfn (spreek uit Hup) ging het snel op zoek naar een restaurant. Ze hebben iets nog niet helemaal begrepen in IJsland, want het is nu hoogseizoen en de restaurant capaciteit ziet er niet uit alsof die voldoende wordt aangepast aan de drukte. Veel was vol en pas in Hotel Höfn konden we met 10 terecht voor mijn verjaardagsmaal: Noorse kreeft. Das wel bijzonder. Het was heerlijk.

De accommodatie was weer basic (anders onbetaalbaar), een hostel. Met 6 man weer op 4 bij 4 vierkante meter in 3 stapelbedden. Ik dit keer boven, in een stapelbed van een metalen frame. Bij de minste of geringste beweging van mijn onderbuurman of mijzelf lagen we een minuutje te schudden. Ik was voor mezelf mijn uitroep al aan het oefenen : “ALBERT, DUIK WEG!!!!” voor het geval het gevaarte het begaf. Slaapzak strak om het lichaam en niets meer doen. Ik lag een centimeter of 20 onder een grote lichtbak, dat verhoogde de bewegingsvrijheid ook enorm.